Noodverlichting aansluiten
Noodverlichting is een veiligheidsproduct. Om gevaarlijke situaties te voorkomen is het zo belangrijk dat noodverlichtingsarmaturen correct en volgens de regelgeving wordt geïnstalleerd door een professioneel, bevoegd installatiebedrijf. Op deze manier wordt gezorgd dat de noodverlichting naar behoren functioneert en dat de armaturen een goede aansluiting hebben.
Installatiegemak bij alle noodverlichtingsarmaturen
Voldoende installatieruimte, meerdere invoergaten voor de gewenste montagewijze, een uniek plug-in/slide-in systeem. Dit zijn zo maar wat voorbeelden van slimmigheden die verwerkt zijn in onze armaturen. Veel van onze armaturen zijn zelfs zonder gereedschap te installeren. Zo is de kap van nood- en beveiligingsverlichting Nightlife door middel van een kliksysteem eenvoudig te bevestigen en te verwijderen.
Het installatie- en gebruiksgemak komt mede voort uit de samenwerking met onze relaties. Zo vertelden installateurs ons dat het onhandig was om vanaf een ladder een armatuur te installeren met ook nog een schroevendraaier en schroeven in de hand. Vanuit deze vraag hebben wij binnen de productfamilie Pro, anti-verliesschroeven toegepast. Nu blijven de schroefjes in de armatuur hangen wanneer je deze wilt gaan installeren. Wel zo gemakkelijk.
Bij het ontwikkelen van nieuwe armaturen houden we altijd rekening met installatiegemak. Ons nieuwste armatuur de D-Sign kan in een handomdraai en zonder gereedschap gewijzigd worden van plafond- naar wandmontage.
Natuurlijk zijn al onze nieuwe armaturen voorzien van led-noodverlichting. Vooral voor vluchtrouteaanduiding is dit van belang, omdat deze continu moet blijven branden.
Noodverlichting verplicht
Waar noodverlichting verplicht is in een gebouw en of noodverlichting nodig is, is niet hetzelfde. Als om wat voor reden dan ook de stroom uitvalt en er is geen noodverlichting, wordt het heel donker. Mensen raken dan in paniek en kunnen struikelen. Om te zorgen voor de fysieke veiligheid van de mensen tijdens calamiteiten in het gebouw moeten de aanwezigen tijdig het pand kunnen verlaten via de uitgangen.
De noodverlichting moet dan dus blijven branden. De wettelijke voorschriften (in het Besluit bouwwerken leefomgeving of het oude Bouwbesluit 2012) is dit verplicht minimaal een uur. Goed functioneren van de noodverlichting is dus erg belangrijk.
Noodverlichting aansluiten volgens de NEN-1010
Bij het aansluiten van noodverlichting kan het aanhouden van de norm NEN 1010 helpen. In de norm NEN-1010 staan de volgende veiligheidsbepalingen:
- Noodverlichtingsarmaturen in een ruimte en langs vluchtroutes met meer dan één noodverlichtingsarmatuur dienen over ten minste twee eindgroepen afwisselend te zijn verdeeld;
- Noodverlichting en verlichting van aanduiding in ruimten ten behoeve van publiek mogen niet dezelfde aansluiting hebben als eindgroepen in bedrijfsruimten en vluchtwegen t.b.v. bedrijfsruimten;
- Noodverlichting dient ingeschakeld te zijn bij een netspanning van 60% of lager en uitgeschakeld te zijn bij een netspanning van 85% of hoger;
- De noodverlichtingsinstallatie dient te zijn geïnspecteerd;
- Rapportage over de installatie, de inspectie en noodzaak tot reparatie.
Armaturen moeten bovendien voldoen aan de productnorm NEN-EN-IEC 60598-2-22 en centraal gevoede systemen aan de NEN-EN 50171.
Montage van led-noodverlichting
Het gebruik van led-noodverlichting is vooral van belang bij vluchtrouteaanduiding. Deze gebruikt continu stroom, omdat deze noodverlichting moet blijven branden. Alle Famostar noodverlichting is enkel nog te verkrijgen als led-noodverlichting. Led-noodverlichting is goedkoper en duurzamer.
Voordelen van led-noodverlichting zijn:
- Led-noodverlichting lampen hebben een garantie van 10 jaar;
- Led-noodverlichting lampen zijn 75% zuiniger dan tl-lampen.
Montage van led-noodverlichting heeft geen bijzondere eisen ten opzichte van tl-noodverlichting. Een led-noodverlichtingsarmatuur ziet er meestal hetzelfde uit als een tl-noodverlichtingsarmatuur. De toegepaste verlichtingstechniek heeft niets met het uiterlijk te maken.
Inbouw- of opbouw noodverlichting aansluiten
Er zijn verschillende soorten noodverlichting. Je hebt bijvoorbeeld opbouwnoodverlichting of inbouwnoodverlichting, maar ook noodverlichting voor aan de wand of voor aan het plafond. De meest gangbare varianten zijn de vluchtrouteaanduiding en de vluchtwegverlichting. Al deze type verlichting zijn alleen nog maar verkrijgbaar met led-noodverlichting.
Vluchtrouteaanduiding zijn de groen verlichte pictogrammen. Deze wijzen de snelste route naar de nooduitgangen. De vluchtwegverlichting is de verlichting die de route verlicht van de werkplekken naar de nooduitgangen van een gebouw.
De keuze voor noodverlichting opbouw of inbouw noodverlichting is afhankelijk van wat mooi gevonden wordt of van wat de mogelijkheden zijn op die plek. Opbouw noodverlichting wordt op de muur of op het plafond gemonteerd en inbouw noodverlichting wordt bijvoorbeeld in de plafondplaat verwerkt.
Er zijn ook armaturen die vluchtwegverlichting en vluchtrouteaanduiding in één bevatten. In deze twee in één noodverlichting zijn de lampen gecombineerd. Er is vluchtrouteaanduiding die altijd brandt en vluchtwegverlichting die aan gaat als de normale verlichting uitvalt in geval van nood. Met deze armaturen kun je flink besparen in het totaal aantal armaturen dat je nodig hebt in een gebouw.
Centrale- of decentrale installatie
Decentraal gevoede installatie
Bij decentrale noodverlichting hebben alle armaturen een eigen batterij. Alleen als de normale verlichtingsarmaturen uitvallen, door bijvoorbeeld stroomuitval in een noodsituatie, gaat de decentrale voeding van de armaturen werken. Zo krijgen ze elektriciteit en gaan ze branden.
Centraal gevoede installatie
Bij een centrale noodverlichting zit er een accupakket op een centrale plek. De centraal gevoede armaturen krijgen centrale voeding door middel van centrale noodvoedingssystemen.
Centrale- of decentrale noodverlichting aansluiten
Centrale- en decentrale noodverlichting wordt beide op het stroomnet aangesloten. Ze worden in een normale situatie voorzien van stroom vanuit het netwerk. Alleen bij calamiteiten (bij stroomuitval) wordt de batterij of het accupakket geactiveerd en worden ze op deze manier van stroom voorzien.
Een centraal gevoed noodverlichtingssysteem en een decentrale noodverlichtingsinstallatie installeren gaat net zo als standaard noodverlichting installeren.
SmartScan noodverlichting
SmartScan is een draadloos monitoringsysteem voor noodverlichting en verlichting. Een toegevoegde waarde is dat de volledige bekabeling overbodig is geworden.
Andere voordelen van SmartScan zijn:
- De gegevens zijn eenvoudig in te zien via het webportal;
- Het digitale logboek is op afstand toegankelijk;
- Effectief en efficiënt onderhouden (en inspectie) van de installaties.
Bij de meeste eigentijdse noodverlichting wordt vooral naar het uiterlijk gekeken, maar het SmartScan systeem is volledig vernieuwend terwijl de armaturen er uit zien als normale noodverlichtingsarmaturen.
Wil je meer weten over het SmartScan systeem? Kijk dan hier verder.
Handleidingen en installatievideo’s
Voor al onze producten hebben wij handleidingen en installatievideo’s. Zodat noodverlichting installeren en onderhouden makkelijk wordt. De handleidingen vind je onder aan de pagina van de te installeren armatuur. De installatievideo’s vind je hier.
Wil je meer weten over noodverlichtingsarmaturen? Kijk dan hier. Ook kun je het Kenniscentrum Noodverlichting bezoeken.
Gerelateerde kennisbank artikelen
De beschermingsgraden tegen water- en stofdichtheid voor noodverlichting worden uitgedrukt in een IP-waarde. Een IP-waarde bestaat uit twee cijfers.
Sinds 2021 is er een vernieuwde versie van de NEN 3011 met de mogelijkheid om een specifieke route aan te duiden voor ‘personen met een mobiliteitsbeperking’.
Afstandstabellen zijn nodig om noodverlichting te projecteren. Met een voorbeeld leggen we je uit hoe je de afstandstabellen moet gebruiken.
Veelgestelde vragen over noodverlichting
Het aansluiten van noodverlichting mag alleen worden uitgevoerd door bevoegde en opgeleide personen, zoals gecertificeerde installateurs. De armaturen moeten worden aangesloten volgens de instructies van de fabrikant en de NEN-1010, waarbij de juiste spanningsvoorziening en bedrading worden gebruikt. Dit betekent dat de voedingskabel correct wordt aangesloten op het gebouwnetwerk, dat de polarisatie klopt, en dat eventuele decentrale voedingen of accu’s correct zijn geïnstalleerd. Daarnaast moeten de veiligheidsmaatregelen, zoals spanningsloos maken van de voeding en het gebruik van geschikt gereedschap, strikt worden gevolgd om elektrische schokken of kortsluiting te voorkomen.
Het aansluiten van noodverlichting gebeurt altijd door een bevoegde installateur en volgens de NEN-1010 en de instructies van de fabrikant. De armaturen worden aangesloten op de voedingsleiding, waarbij correct op fase, nul en aarde wordt aangesloten en eventuele interne accu’s of decentrale voedingen goed worden geïntegreerd. Het is belangrijk dat de bedrading correct wordt uitgevoerd, dat de voeding spanningsloos is tijdens het werk en dat alle veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen om risico’s op elektrische schokken of storingen te voorkomen.
Noodverlichtingsarmaturen moeten worden aangesloten door bevoegde en opgeleide personen, volgens de instructies van de fabrikant en de NEN-1010. Dit betekent dat de armaturen correct op de voeding worden aangesloten met de juiste kabelsoorten en dat eventuele interne batterijen of decentrale voedingen correct zijn verbonden. Tijdens het aansluiten moet de voeding spanningsloos zijn gemaakt en moeten alle veiligheidsmaatregelen worden gevolgd om elektrische schokken, kortsluiting of schade aan het systeem te voorkomen. Correct aansluiten is essentieel om te garanderen dat de noodverlichting betrouwbaar werkt bij een noodsituatie.
Noodverlichting hoeft niet altijd op een aparte groep te zitten, maar het is aan te raden om de armaturen op een aparte groep of circuit aan te sluiten om storingen of uitval van andere verlichtingsgroepen te voorkomen. Volgens de NEN-1010 moet de voeding van noodverlichting betrouwbaar zijn en voldoen aan de elektrische veiligheidseisen. Het aansluiten op een aparte groep kan ook onderhoud en inspectie vergemakkelijken, en draagt bij aan de continue werking van de verlichting bij een storing elders in het gebouw. Dit werk mag uitsluitend door bevoegde en opgeleide personen worden uitgevoerd, volgens de instructies van de fabrikant.
Voor de meeste noodverlichtingsarmaturen is een draad van 1,5 mm² voldoende voor de voedingsleiding, terwijl zwaardere groepen of langere afstanden soms 2,5 mm² vereisen om spanningsverlies te voorkomen. Het is belangrijk dat de kabels correct zijn aangesloten, goed gezekerd en beschermd tegen beschadiging, en dat het werk alleen wordt uitgevoerd door bevoegde en opgeleide personen, volgens de instructies van de fabrikant en in lijn met de NEN 1010.
Het aansluiten van noodverlichting mag niet door ongeschoolde personen worden gedaan. Dit is elektrotechnisch werk dat alleen door bevoegde en opgeleide personen, zoals gecertificeerde installateurs, uitgevoerd mag worden. De installateur volgt altijd de instructies van de fabrikant en de voorschriften van de NEN-1010, zodat de armaturen correct worden aangesloten, veilig functioneren en betrouwbaar werken bij een noodsituatie. Pogingen om zelf noodverlichting aan te sluiten kunnen leiden tot storingen, kortsluiting of gevaarlijke situaties en worden daarom sterk afgeraden.
Om noodverlichting correct aan te sluiten op de voeding, moet dit altijd gebeuren door een bevoegde installateur, volgens de NEN-1010 en de instructies van de fabrikant. De armaturen worden aangesloten met de juiste voedingskabel, waarbij eventuele interne batterijen of decentrale voedingen correct worden geïntegreerd. De voeding moet tijdens het werk spanningsloos zijn en alle veiligheidsmaatregelen moeten strikt worden gevolgd om risico’s op elektrische schokken of kortsluiting te voorkomen. Correct aansluiten garandeert dat de noodverlichting betrouwbaar functioneert bij een stroomuitval of noodsituatie.
Noodverlichting hoeft niet per se op een aparte groep te zitten, maar het is sterk aan te raden om dit te doen om de betrouwbaarheid te vergroten. Een aparte groep of circuit voorkomt dat storingen of uitschakeling van reguliere verlichting de noodverlichting beïnvloeden. Volgens de NEN-1010 moet de voeding veilig, betrouwbaar en correct gezekerd zijn. Het aansluiten op een aparte groep maakt ook onderhoud en inspectie eenvoudiger. Dit werk mag alleen door bevoegde en opgeleide personen worden uitgevoerd, volgens de instructies van de fabrikant.
Bij het aansluiten van noodverlichting moeten meerdere veiligheidsmaatregelen worden gevolgd. Allereerst moet de voeding spanningsloos zijn voordat de bedrading wordt aangelegd of aangesloten, om het risico op elektrische schokken te vermijden. Alleen bevoegde en opgeleide personen mogen het werk uitvoeren, met het juiste gereedschap en persoonlijke beschermingsmiddelen. De installatie moet voldoen aan de NEN-1010 en de instructies van de fabrikant, waarbij correcte aansluiting van fase, nul en aarde, bescherming tegen beschadiging van kabels en goede zekering van de groep essentieel zijn. Na installatie moeten de armaturen worden getest om te controleren of ze correct functioneren en voldoen aan de normen (NEN-EN 1838, NEN-EN 50172).
Het aansluiten van noodverlichting is specialistisch werk dat alleen door bevoegde en opgeleide personen, zoals gecertificeerde installateurs, mag worden uitgevoerd. Hoewel een elektricien ervaring heeft met algemene elektrotechniek, is kennis van de NEN-1010, de instructies van de fabrikant en de specifieke werking van noodverlichting vereist om de armaturen correct en veilig aan te sluiten. Onjuist aansluiten kan leiden tot storingen, onbetrouwbare werking of gevaarlijke situaties bij een noodsituatie.
Veelvoorkomende fouten bij het aansluiten van noodverlichting zijn onder andere het verwisselen van fase, nul of aarde, het niet correct aansluiten van interne batterijen, het niet beveiligen van kabels tegen beschadiging, en het aansluiten op een groep die regelmatig kan uitvallen. Deze fouten kunnen leiden tot storingen of uitval van de noodverlichting in een noodsituatie. Je voorkomt ze door: het werk alleen door bevoegde en opgeleide personen te laten uitvoeren, altijd de instructies van de fabrikant te volgen, de NEN-1010 te respecteren, spanningsloos te werken tijdens de installatie en na aansluiting de armaturen te testen volgens de geldende normen (NEN-EN 1838, NEN-EN 50172).
Voor noodverlichting wordt meestal een draad met een dikte van 1,5 mm² gebruikt voor standaard armaturen, wat voldoende is voor de stroomsterkte van de meeste systemen en korte tot gemiddelde afstanden. Bij zwaardere groepen of langere kabeltrajecten kan een draad van 2,5 mm² nodig zijn om spanningsverlies te voorkomen en een betrouwbare werking te garanderen. Volgens de NEN-1010 moeten de kabels correct zijn aangesloten, goed gezekerd en beschermd tegen beschadiging. Het aansluiten moet altijd door bevoegde en opgeleide personen gebeuren, en de instructies van de fabrikant moeten strikt worden gevolgd.
Voor verlichting, inclusief noodverlichting, wordt doorgaans een fasedraad, nuldraad en aardedraad gebruikt met een kabel die geschikt is voor de stroomsterkte en de lengte van de leiding. Voor standaard verlichtingsarmaturen wordt meestal 1,5 mm² toegepast, terwijl zwaardere belastingen of langere afstanden soms 2,5 mm² vereisen. Volgens de NEN-1010 moeten de kabels correct worden aangesloten, gezekerd en beschermd tegen beschadiging. Het aansluiten mag alleen door bevoegde en opgeleide personen gebeuren, en de instructies van de fabrikant moeten altijd worden gevolgd om een veilige en betrouwbare werking van de verlichting te garanderen.

