Centrale of decentrale noodverlichting: wanneer kies ik voor welke oplossing?
Hoe zit het met de keuze tussen een centraal of een decentraal systeem voor noodverlichting in een gebouw? Als het gaat om centraal gevoede noodverlichting, zegt men wel eens ten onrechte dat dit systeem simpeler is dan een decentrale installatie. In de praktijk kennen beide systemen hun eigen voor- en nadelen. In deze blog zetten we de voor- en nadelen op een rijtje. We geven je de drie belangrijkste redenen voor elke oplossing.
Decentrale noodverlichting: eenvoudig in installatie
Centrale noodverlichting vraagt om een veel uitgebreidere planning vooraf. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de aanvullende regelgeving over bijvoorbeeld functiebehoud, redundantie en bewaking met een netwachter per brandcompartiment. Ook het bepalen van de benodigde vermogens, het indelen van de groepen en het rekening houden met inschakelpieken vereisen de nodige bijkomende kennis en inzicht. Decentrale armaturen functioneren op het reguliere spanningsnet binnen een gebouw.


Decentrale noodverlichting biedt grotere flexibiliteit
Een centraal gevoed noodverlichting systeem is sterk gebonden aan het gebouw. Bij iedere wijziging van de functie of indeling van (een deel van) het gebouw zal het systeem daarop aangepast moeten worden. Gebouwen die gedurende de levensduur van de noodverlichtingsinstallatie van indeling veranderen, zijn eerder regel dan uitzondering. Gebouwen waar flexibiliteit in gebruik gewenst is kunnen met losse decentrale armaturen gemakkelijker worden aangepast door deze armaturen op een andere plaats op het spanningsnet aan te sluiten.
Decentrale noodverlichting: storing heeft minder impact
Bij een centraal systeem – de naam zegt het al – zijn de noodstroomvoeding, de netspanningsbewaking en het testsysteem op een centrale plek verenigd. Als er iets mis gaat in dit centrale deel, dan faalt het hele systeem (Single Point Of Failure, SPOF). Als er een defect optreedt in een decentraal noodverlichting systeem disfunctioneert slechts één enkel armatuur, wat per definitie meer veiligheid oplevert volgens het Single Point Of Failure, (SPOF) principe.
Wanneer heeft centraal de voorkeur?
Wanneer heeft het dan wel de voorkeur een centraal systeem toe te passen? Dat heeft meestal te maken met praktische en gebouwgebonden overwegingen. Hieronder de drie belangrijkste praktijksituaties waarbij het voordeliger kan zijn te kiezen voor centraal dan voor decentraal.
Centrale noodverlichting: lagere onderhoudskosten
Soms kan het vervangen van accu’s in decentrale armaturen onevenredig veel kosten met zich mee brengen, bijvoorbeeld doordat er een hoogwerker voor gehuurd moet worden. Aangezien centrale armaturen geen losse accu’s hebben, kan de keuze voor centraal tijd schelen in het onderhoud. Naast de periodieke visuele inspectie kan in de meeste gevallen het onderhoud in de centrale gebeuren.


Algemene verlichting als noodverlichting in een centraal systeem
De klant kan de wens hebben de algemene verlichting ook als noodverlichting te gebruiken, bijvoorbeeld in vriescellen waar door de lage temperaturen niet met accu’s en reguliere armaturen gewerkt kan worden. Als de spanning wegvalt, dan voorziet de centrale in noodvoeding voor de armaturen. Het is belangrijk dat de centrale berekend is op de inschakelpiek en het opgenomen vermogen van de verlichtingsarmaturen. Vaak zijn er ook aanvullende gegevens (vaak lichtberekeningen of –metingen) nodig om aan te kunnen tonen dat het systeem voldoet aan de eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving en de Europese norm NEN-EN 1838.
Centrale noodverlichting profiteert van schaalgrootte
De totale aanschafkosten van het centrale systeem en de bijbehorende armaturen zijn bij grotere systemen vaak lager. Bovenop deze aanschaf komen nog wel de kosten voor de centrale zelf, bekabeling (waar nodig met functiebehoud volgens NEN1010), netwachters per brandcompartiment en extra kosten voor de projectbegeleiding. De onderhoudskosten kunnen bij grotere systemen lager liggen omdat de accu’s maar op één plaats vervangen hoeven te worden.
De juiste onderbouwing
Op basis van voorgaande punten kunnen we de conclusie trekken dat beide systemen voor- en nadelen hebben. Het is vooral afhankelijk van de situatie, waarbij factoren zoals flexibiliteit, aanschaf- en onderhoudskosten en de complexiteit van de situatie in het gebouw meewegen in de keuze. Waar voor een centraal systeem meer infrastructuur nodig heeft, hoeft dit in het geval van nieuwbouw minder impact te hebben dan in een renovatieproject. Aan de andere kant is de flexibiliteit van een decentraal systeem vaak een doorslaggevende factor, samen met het vermijden van een Single Point of Failure.
Famostar helpt je graag bij het maken van een goede onderbouwing. Wij kunnen je met onze kennis en ervaring ondersteunen bij het opstellen van een overzicht van de exploitatiekosten (Total Cost of Ownership) en het kiezen van de meest geschikte oplossing voor jouw project.

Wil je weten welke soorten noodverlichting we allemaal hebben?
Bekijk dan het volledige assortiment.




