Deze website van Famostar gebruikt cookies die ons in staat stellen informatie te verzamelen over het gebruik van onze site en diensten en om deze te verbeteren. Door het plaatsen van cookies van derde partijen kunnen wij onze marketing op jou persoonlijke voorkeuren afstemmen.

Uw browser ondersteunt geen cookies. U kunt deze inschakelen via de instellingen.
Home Nieuws Effe centraal?

Effe centraal?

19 juni 2014

Waar het gaat om centraal gevoede noodverlichting blijkt de uitspraak “effe centraal” niet snel op te gaan, daar komt in de praktijk nog heel wat bij kijken. In een aantal specifieke situaties kunnen de nadelen van centrale systemen minder zwaar wegen, maar in de praktijk zien we dat een decentraal systeem meestal de voorkeur geniet. We geven u de drie belangrijkste redenen.

Waar het gaat om centraal gevoede noodverlichting blijkt de uitspraak “effe centraal” niet snel op te gaan, daar komt in de praktijk nog heel wat bij kijken. In een aantal specifieke situaties kunnen de nadelen van centrale systemen minder zwaar wegen, maar in de praktijk zien we dat een decentraal systeem meestal de voorkeur geniet. We geven u de drie belangrijkste redenen.

Reden 1: eenvoudig te plannen
Centrale noodverlichting vraagt om een uitgebreidere planning vooraf. Dit wordt onder andere veroorzaakt door de aanvullende regelgeving over bijvoorbeeld functiebehoud, redundantie en netspanningbewaking per brandcompartiment. Ook het bepalen van de benodigde vermogens, het indelen van de groepen en het rekening houden met inschakelpieken vereisen de nodige bijkomende kennis en inzicht.

Reden 2: grote flexibiliteit
Een centraal gevoed noodverlichtingsysteem is sterk gebonden aan het gebouw. Bij iedere wijziging van de functie van (een deel van) het gebouw zal het systeem aangepast moeten worden. Gebouwen waar flexibiliteit in gebruik gewenst is kunnen gemakkelijker worden aangepast met losse decentrale armaturen.

Reden 3: meer veiligheid
Bij een centraal systeem – de naam zegt het al – zijn de noodstroomvoeding, de netspanningbewaking en het testsysteem op een centrale plek verenigd. Als er iets mis gaat in dit centrale deel, dan faalt het hele systeem (Single Point Of Failure, SPOF). Als er een defect optreedt in een decentraal noodverlichtingsysteem disfunctioneert slechts één enkel armatuur, wat per definitie meer veiligheid oplevert.

Wanneer dan wel centraal?
Wanneer heeft het dan wel de voorkeur een centraal systeem toe te passen? Dat heeft meestal te maken met financiële overwegingen. Hieronder de drie belangrijkste praktijksituaties waarbij het voordeliger kan zijn te kiezen voor centraal dan voor decentraal.

Situatie 1: hoge arbeidskosten door vervangen van accu’s
Soms kan het vervangen van accu’s in decentrale armaturen onevenredig veel arbeid kosten doordat er bijvoorbeeld een hoogwerker voor gehuurd moet worden. Aangezien centrale armaturen geen losse accu’s hebben, kan de keuze voor centraal tijd en geld schelen.

Situatie 2: algemene verlichting als noodverlichting
De klant kan de wens hebben de algemene verlichting tevens als noodverlichting te willen gebruiken, wat om schakelen van de verlichting vraagt. Deze functionaliteit heeft een centraal systeem, houdt hierbij wel rekening met de kosten van schakelen. Ook zijn er aanvullende lichtberekeningen of –metingen nodig om aan te kunnen tonen dat het systeem voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit en de Europese norm NEN-EN 1838.  

Situatie 3: flinke schaalgrootte
Bij grote noodverlichtingsinstallaties met meer dan 100 à 150 armaturen kunnen de aanschaf- en onderhoudskosten lager zijn dan bij een decentraal systeem.

  • De totale aanschafkosten van het centrale systeem en de bijbehorende armaturen zijn bij grotere systemen lager. Bovenop deze aanschaf komen nog wel de kosten voor de bekabeling (waar nodig met functiebehoud), netwachters per brandcompartiment en extra kosten voor de projectbegeleiding.
  • De onderhoudskosten kunnen bij grotere systemen lager liggen omdat de accu’s slecht op één plaats vervangen hoeven te worden. De accu’s in een centrale zijn meestal zogenaamde Eurobat accu’s met een levensduur van meer dan 10 jaar (‘High performance’ of  ‘Long life’). Deze accu’s halen deze levensduur alleen bij de meest optimale gebruikscondities (onder andere juiste omgevingstemperatuur, aantal ontladingen en diepte van de ontlading). In de praktijk is de levensduur meestal tussen de 5 en 6 jaar.

Kortom: wilt u een centraal gevoed systeem toepassen om kosten te besparen, dan is het goed om alle bijkomende kosten vooraf goed in kaart te brengen en mee te nemen in de kostenoverweging.

De juiste onderbouwing
Op basis van voorgaande punten kunnen we de conclusie trekken dat in de meeste gevallen een decentraal gevoed noodverlichtingsysteem de voorkeur geniet boven een centraal gevoede. Vaak is decentraal goedkoper en kent het veel aanvullende voordelen. In enkele gevallen, zoals bij een flinke schaalgrootte, kan centraal een betere oplossing zijn.

Famostar helpt u graag bij het maken van een goede onderbouwing. Wij kunnen u met onze kennis en ervaring ondersteunen bij het opstellen van een overzicht van de exploitatiekosten (Total Cost of Ownership) en het kiezen van de meest geschikte oplossing. Dit is immers altijd maatwerk en gebeurt niet ‘effe’.

Terug naar overzicht
Deel dit artikel: